drempt

drempt

DSG 110 jaar



Het Doesborghsche Schaakgenootschap,  mei 1983
(niet iedereen aanwezig; in 1983 had DSG 27 senior leden)

 1 Jolink
 2
 3
 4 Herman Rensen (wedstr.leider)
 5 Joop Crooij
 6 Stef Beumkes (red.)
 7 Rudie Dankert
 8
 9 Herman Staring
10 Ina Scholten (red.)
11 Piet Weide
12
13 Schrader
14 Han de Zwart
15 Vervoort (penningmeester)
16 Dun (voorzitter)
17 de Waal (oud voorzitter)
18 Toon Teunissen (secretaris)
19 Rokus Renirie
20
21 Harold van Waardenburg
22
23
_____________________________________________________

Onderstaand interview komt uit de de eerste clubkrant van november 1983
Het Doesborghsche Schaakgenootschap  bestond toen 110 jaar


Interview met ds. Dun


In een rustige omgeving met een prachtig uitzicht op Hummelo praat ik over het schaken met "Oom Frans"


Vraag: Hoe lang bent u al lid?

Ik ben een jaar of zeven lid van de club, waar ik door "mond op mond" reclame ben bij­gekomen. In de winter schaakten we veel met een groepje mensen, waaronder meneer de Zwart. Hij heeft mij een keer uitgenodigd.

"Mond op mond" reclame is voor deze club het belangrijkste. Ik schaak trouwens al langer, want ik heb het van mijn vader geleerd. Mijn vader had er een hekel aan als de dames vroeg van het bord verdwenen. Het mooie is er dan af zei hij altijd.


Vraag: Hoe lang bent u voorzitter?

Nog niet zo lang, het bestuur moest op een gegeven moment verjongd worden. De toenmalige voorzitter meneer de Waal was 71 en vond dat het bestuur jonger moest zijn, dat kwam goed uit want ik was één jaar jonger. Er zijn toen wel meer jongeren in de club gekomen.


Vraag : Op de club bent u voor sommigen Oom Frans, hoe komt dat?

Het is eigenlijk een scherts, toen ik kwam zei ik noem mij nou niet steeds dominee, zeg maar Frans. Nou dat vonden ze toch wel gek, nou dan zeggen we Oom Frans.


Vraag: Vind u dat u sterk speelt?
Ik speel graag en slecht.(met een lachend gezicht). Eigenlijk speel ik te vlug, ik kom dan ook nooit in tijdnood. Ik moet mezelf steeds weer bedwingen om niet te snel te spelen.

Vraag: Heeft u wel eens van die momenten dat u erg goed speelt?
Ja, die zijn er wel bij, soms haal ik een goed resultaat .(duidelijk trots) Ik heb al eens van Herman Rensen gewonnen.

Vraag: U weet vast wel iets leuks.
Hoeveel tijd hebben we nog? Ik weet zoveel aardige dingen. Bijvoorbeeld was ik 5 jaar vlootpredikant in Indië. Daar speelde ik altijd met een tandarts. Onder de schaakdoos no­teerden wij altijd de stand. De laatste keer was het geloof ik 53-48, terug in Neder­land na anderhalf jaar belde ik hem eens op.
Ik zei Kees hier met Dun. De stand is 53-48. Ik kom eraan was het enige wat hij zei en we hebben later verder gespeeld. Ik heb ook al eens correspondentie schaak gespeeld per Giro. We maakten steeds een tientje aan elkaar over en dan ook een zet.

Vraag: De club bestaat al ruim honderd jaar, hoe ziet u de toekomst, ook al i.v.m. de opkomst van dé schaakcomputer.
Een schaakcomputer leer je op een gegeven ogenblik kennen. Ik heb er al eens één te leen gehad. Die had 8 niveaus maar had soms 2 dagen nodig voor een zet. Nee ik heb liever een mens tegenover mij .Voor de club zit er best toekomst in, ook in deze tijd.

Vraag: Is schaken voor u een ontspanning of een inspanning?
Beiden, als ik verlies dan slaap ik slecht.
Met een teamsport kun je als je verloren hebt altijd een ander de schuld geven. Bij schaken heb je het altijd zelf gedaan. Trouwens een ander de schuld geven is niet fair.

Vraag: Is gezelligheid op de club belangrijk?
Heel belang rijk, een club moet iets hebben van een gezellige huiskamer.

Tot slot nog enkele leuke opmerkingen van Oom Frans tijdens ons gesprek.

-De ene schaker tegen de andere :mag ik u iets aanbieden?
 Nou remise   graag.
-Ik zeg altijd: Ik hoop dat dit de laatste partij is die u verliest.
-Je moet van elkaars blunders leren.

Stef Beumkes

Nawoord:

Zoals u gelezen hebt, voorafgaand aan het interview, schreef ik Oom Frans bijt de spits af! Reuze leuk om te lezen wat u te vertellen hebt. Bedankt Oom Frans.
Eén ding wekt mijn verbazing: U slaapt slecht als u verloren hebt? Foei Oom Frans, vanwaar die frustratie??
Wat moeten we daar nu aan doen? Slecht slapen is ongezond en verkort wellicht de levens­duur. Moeten wij die al eens een keertje van u gewonnen hebben met schuldgevoelens zitten over het "nachtelijk woelen" van Oom Frans?
De zou toch geen oog dicht doen!! Beste Oom Frans,bij deze nodig ik u uit om bij een volgende gelegenheid met mij te schaken. U krijgt wit en u mag een voorsprong hebben. Mocht ik toevallig winnen (over frustraties gesproken) dan is er geen man over boord. Na afloop bied ik u een "oudje” aan met...een onschuldige slaaptablet. Dan slaapt u lekker en hoef ik geen schuldgevoel te hebben.
Welterusten Oom Frans,

Ina Scholten

(de foto van ds Dun is door de webbeheerder later toegevoegd)
________________________________________________________

DSG 100 jaar

Meneer de Waal (oud voorzitter) praat met Ina Scholten
op 12 december 1983 bij hem thuis en haalt o.a. herinneringen op over het 100-jarig bestaan van DSG.

Fijn dat u mij vanmiddag hier kunt ontvangen.
Ik kan u vragen stellen, maar ik kan me ook voorstellen dat u, op de respectabele leeftijd van 76 jaar, zelf wat wilt vertellen.

(Meneer de Waal lacht, knikt instemmend en steekt van wal.)
Tot mijn zevende jaar heb ik in Duitsland ge­woond. Onder druk van de omstandigheden zijn we in 1915 naar Holland teruggegaan, naar D'chem. Gedurende 7 jaar ben ik werkzaam geweest bij Misset op grafisch gebied. Vervolgens trok ik naar Zaandam om aldaar mijn geluk eens te be­proeven. Daar werkte ik bij een "grafische kunstinrichting"

Dat klinkt hoog cultureel, vertelt u daar eens wat over.

Daar legden wij ons toe op het vervaardigen van reproducties van bekende schilderijen zoals de Nachtwacht, de Luitspeler, het Melkmeisje enz. Toch werd de recessie in de jaren '28-‘29 voel­baar. Er werd fors bezuinigd in de grafische industrie. Ik trok naar Hengelo en nadien in '35 naar Amsterdam. In '36 trouwde ik en tot '41 hebben mijn vrouw en ik daar gewoond. We hebben er een fantastische tijd gehad. Ik werkte bij de Arbeiderspers als "rotatiedrukker A " en had een goed loon. In de oorlog werd de zaak door NSB-ers overgenomen en ik werd ontslagen.
In '42 werd ik te werk gesteld bij Ubbink gie­terij nadat ik twee keer gedurende een korte periode in Duitsland had gezeten. Ik ben er heelhuids van teruggekomen zoals u ziet.
Tot 1972 heb ik bij Ubbink als expeditie chef gewerkt.

Ik raak altijd erg onder de indruk als mensen mij vertellen dat ze 30 jaar bij één baas ge­werkt hebben en realiseer me tegelijkertijd dat ik zelf met mijn 41 jaar in uw ogen nog een "kuiken" ben.

Mevrouw de Waal serveert thee met een zalige kletskop en mengt zich in het gesprek:
"Bent u al 41?" "Jazeker mevrouw de Waal en ik heb drie kinderen van 16, 15 en 12."
"Echt waar?" Ik bevestig dat met gloeiende oortjes. "Pappie hoor je dat, wat een jonge moeder is dat dan. Echt waar?"
Deze voor mij zo "gezellige opsteker" wilde ik niet onvermeld laten. Dank u wel mevrouw de Waal.

Wanneer bent u met schaken begonnen?

Toen ik 45 was leerde een vriend mij schaken. Het duurde niet lang of we speelden even sterk. Ik had wel zin om mijn blik wat te verruimen en ging daarom graag in op de uitnodiging van de gebroeders van Dijk om eens mee naar de schaak­club te gaan. Dat was in ’54, ik ben toen lid geworden en gebleven tot op de dag van vandaag. Volgend jaar ben ik 30 jaar lid van de vereniging. De club heeft in de loop der jaren de nodige ups en downs gekend, maar het is er altijd erg prettig geweest. ,
Veel waardering heb ik voor het huidige bestuur, enthousiaste, capabele mensen en het resultaat blijft gezien het groeiende ledenaantal niet uit.

Toch zien we u de laatste tijd niet zo vaak. Is daar een bijzondere reden voor?

Mijn gezondheid laat een geregeld bezoek niet toe. Bovendien, en daar moet ik dan maar eerlijk mee voor de dag komen, mis ik de ouderwetse gezellig­heid een beetje met mijn eigen leeftijdgenoten.

Ik kan me voorstellen dat er soms wat heimweegevoelens bovenkomen. Toch hoop ik dat u zich blijft openstellen voor die nieuwe situatie; het is anders, wat geweest is komt in eenzelfde vorm niet terug. “De verjonging" biedt echter ook weer andere mogelijkheden en we hopen dat u hier toch lange tijd deelgenoot van wilt blijven.

In mei '73 hebben we het 100-jarig bestaan van de club gevierd.
Dat is een geweldig feest geweest. Een hoop zorgen vooraf, vooral geldzorgen.
Meneer van Dijk en ik vormden de feestcommissie. Wij hebben een "bedelbrief" opgesteld voor het bedrijfsleven in Doesburg, 't Was tenslotte ook niet "niks" om in een stadje als Doesburg een vereniging te hebben die haar 100-jarig bestaan vierde. Die bedelbrieven leverden een hoop geld op, ongeveer f. 3500,-.  Met dat bedrag konden we wel iets doen en....dat hebben we gedaan!!
Er vond een jeugdschaaktoernooi plaats met jeugd uit Engeland en Duitsland. Dat kostte natuurlijk heel veel geld, maar dat werd gesponsord door Ubbink.
Verder waren er simultaanwedstrijden voor de leden. Twee grootmeesters wisten daarvoor hun weg naar Doesburg te vinden. Met een zeer druk bezochte receptie en een diner voor de leden met hun vrouwen werd de viering afgesloten. Een geweldige herinnering!!

Hartelijk bedankt voor dit gezellige gesprek, mevrouw en meneer de Waal.

Ina Scholten.

(de foto is door de webbeheerder later toegevoegd)