drempt

drempt

Zeven vragen voor de voorzitter

De rubriek die de maand februari mag afsluiten met 7 vragen en 7 antwoorden, gaat over het Doesborghsche Schaakgenootschap DSG. In de tweede editie van “7 vragen voor de voorzitter” legde ik de 7 vragen voor aan Jan Ravensteijn, voorzitter van het Doesborghsche Schaak Genootschap.

 Jan woont al weer vijftien in Doesburg. Daarvoor heeft Jan, in chronologische volgorde, gewoond in Rotterdam, Amsterdam, Alphen aan de Rijn, Lelystad en Hilversum. Een Rotterdammer is Jan gebleven. Voordat Jan wist dat Doesburg “The place to be” was, heeft hij eerst even gekeken of er een schaakvereniging was, want in een plaats waar je niet binnen een vereniging kunt schaken wil Jan niet wonen.

‘Gelukkig, voor mij en voor Doesburg, was er wel één. Het bleek een klein, maar heel vriendelijk en zeer ondernemend clubje te zijn’, aldus Jan. Toen Jan bij de vereniging kwam was DSG net bezig met het organiseren van hun 125jarig jubileum en de manier waarop het bestuur dat aanpakte vond hij erg indrukwekkend.

Sinds 2½ jaar is Jan gepensioneerd. Jan heeft in het begin van zijn arbeidsverleden radio- en tv-programma’s gemaakt, daarna heeft hij communicatietrainingen en trainingen “Omgaan met de media” gegeven en zijn carrière heeft hij afgesloten als leraar Nederlands.
Hobby’s, interesses en bezigheden heeft Jan in overvloed en naarmate hij ouder wordt, wordt dat alleen maar erger, vertelt Jan. ‘Ik zou wat graag alles van niets willen weten, maar zoals het nu gaat wordt het niets van alles. Daarentegen is er maar weinig waar ik bang voor ben. Waarschijnlijk komt dat door een gebrek aan voorstellingsvermogen.’



U bent voorzitter van het Doesburgse Schaak Genootschap. Kunt u vertellen welke schaakniveaus er zijn binnen het genootschap en waar liggen de ambities van de leden?
Het Doesborghsch Schaakgenootschap vormt maar een betrekkelijk kleine club (18 senioren en vier jeugdleden). De ambities van zowel de leden als de vereniging zijn dan ook bescheiden. De ambitie van de leden is om ooit nog eens zo goed te schaken als ze denken dat ze zijn. De belangrijkste ambitie van de vereniging is om dit jaar met het eerste team te promoveren naar de tweede klasse van de Oostelijke Schaakbond en om het tweede team in de derde klasse te houden.  En als ons eerste eenmaal in de tweede klasse speelt, zouden wij het wel fijn vinden als het daar niet na een seizoen weer werd uitgewipt.
Een andere ambitie hangt hiermee samen: drie á vier leden erbij, waarvan er twee liefst aan het niveau van huisschaker zijn ontstegen. Het mooist zou zijn als dat vrouwen waren. Nu hebben we één vrouwelijk lid. Het lijkt me stug dat er hier in Doesburg maar één vrouw is die plezier in denken heeft. Wat de niveaus binnen onze vereniging betreft: die lopen nogal uiteen. We hebben een paar echte huisschakers, een flinke groep die daar net boven zit en een paar mannen die het echt kunnen.

DSG is een genootschap dat al 140 jaar bestaat. Is het karakter van een genootschap nog steeds gewenst of zijn er verlangens om in de toekomst een vereniging te worden waarbij er wellicht meer mogelijk is?
Het klopt dat het Doesborghsch Schaakgenootschap in mei 140 jaar bestaat. We zijn daarmee de op de twee na oudste schaakvereniging van Nederland. Maar we zijn natuurlijk al lang geen genootschap meer. Het is nu alleen nog maar een naam. Zoals je ook mensen hebt die Bosch van Rosenthal heten. Zo’n naam blijft je achtervolgen. Aan een kant vind ik dat wel jammer. Ik zou het wel mooi vinden om tijdens een ledenvergaring onze penningmeester ‘Thesaurier’te kunnen noemen en zelf met ‘President ‘te worden aangesproken. En dan een goed glas wijn erbij en een mooie Havanna. Maar we zijn dus een gewone vereniging en onze leden zijn niet meer de dokter, de dominee, de notaris en de gasfabrikant, maar zij vormen sociaal – economisch gezien net zo’n gemêleerd gezelschap als een willekeurige voetbalclub.



Het voorzitterschap is een belangrijke functie. Of kijkt u daar anders tegen aan?

Ja.  Hoe hoger de functie, hoe symbolischer die wordt. En bij zo’n kleine club als de onze is die functie in principe overbodig. Maar je moet er nou eenmaal één hebben. Ik zie mezelf meer als de vader van een groot gezin die moet proberen een stel egootjes met elkaar in harmonie te brengen. En af en toe bedenk ik eens iets dat de leden plezierig vinden of een uitdaging en dat de sfeer goed houdt.
Toen ik vijftien jaar geleden lid werd, werd er na afloop van de partij voor de interne competitie tot diep in de nacht geklaverjast. Nu wordt tot in de late uren gevluggerd. En een paar weken geleden hebben we met bijna de helft van de club aan een toernooi meegedaan. Dat was voor mijn komst niet denkbaar. Iets bijdragen aan het ontwikkelen van een schaakcultuur vind ik dus wel belangrijk. Maar dat had ik ook als gewoon lid wel gekund. Wat je als voorzitter natuurlijk wel beter kunt dan als gewoon lid, is het ondersteunen en stimuleren van ideeën en initiatieven van leden. Zo zijn we als schaakgenootschap anno 1873 sinds kort ook via Facebook en Twitter te volgen.

Houdt u zich ook bezig met technische zaken binnen het genootschap?
Als je bedoelt of ik me bezig hou met het repareren van kapotte schaakklokken, dan is het antwoord: ‘nee’. Ik signaleer wel dat het tijd wordt om weer eens iets te herstellen of aan te schaffen. En verder bemoei ik me met alles. Met het opstellen van het jaarprogramma, de inkopen voor de bar die we in eigen beheer hebben, het samenstellen van de teams, de opleiding van de jeugd, de toelevering van teksten voor onze zeer lezenswaardige website www.dsg1873.nl, met alles eigenlijk. Maar de schaal waarop we opereren is ook zo bescheiden en zo overzichtelijk.




Wat vind de jeugd spannend aan schaken in deze tijd van games en het internet?

Hetzelfde wat volwassenen en nog ouderen er spannend aan vinden: de mogelijkheid van het verpletteren van je tegenstander en dan de spanning of het je lukken zal. Dat is dus niet anders dan bij andere sporten waarbij individuen het tegen elkaar opnemen. Maar bij schaken is het denkkracht tegen denkkracht, geest tegen geest. En dat is heel confronterend en uitdagend. Bij toernooien en wedstrijden kan de hartslag van schakers net zo hoog oplopen als bij tafeltennissers. Maar de jeugd is ook gevoelig voor de schoonheid van het spel. Je tegenstander mat zetten: prachtig. En als je dat ook nog door een fraaie combinatie doet: kicken!

Bent u zelf actief in competitieverband of speelt u alleen op de clubavond uw partij?
Nou reken maar. Qua niveau hoor ik eigenlijk in ons eerste thuis, maar ik heb er voor gekozen om in het tweede te blijven zitten omdat ik dan bij het eerste kan invallen, dus extra wedstrijden kan spelen. Daarnaast doe ik als het even kan mee aan toernooien. Het is dat mijn vrouw altijd andere voorstellen heeft, maar als je diep in mijn hart kijkt zou ik het liefst de hele vakantie toernooien in het buitenland spelen.


Is er meer dan alleen DSG?
Ja, en eigenlijk is er te veel. Er is literatuur, toneel en muziek. Er zijn musea. Er zijn de mensen in de buurt waarin ik woon. Ik probeer een Turkse mevrouw Nederlands te leren, ik geef bijles aan zes leerlingen van Het Rhedens die amper hun naam goed kunnen schrijven. Ik treed met enige regelmaat op met een gedichtenprogramma.  Er is de wereld waarin ik leef en waarvan ik voor mijn dood nog wel iets zou willen begrijpen. Er zijn de kinderen en kleinkinderen die er soms wat bekaaid vanaf komen.  De steden waar ik nog of nog een keer naartoe wil. Ik moet dik in de negentig worden voor ik dat programma heb afgewerkt. Aftakeling voor die tijd zal ik als hoogst onwelkom beschouwen.

Fotografie: joost de wolf / JdW Fotografie uit Doesburg

|
____________________________________________________________

DSG 125 jaar


Uit Schaakmagazine, 
officieel orgaan van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond
oktober 1998



De film van de optocht:


________________________________________